JHERONIMUS BOSCH

Jheronimus Bosch was een Bosschenaar
Geboren, getogen en overleden in zijn stad, ’s-Hertogenbosch

Als Jheronimus van Aken wordt hij rond 1450 geboren in de Vughterstraat, in het huis van zijn grootvader en schilder Jan waar Jheronimus’ vader en ooms ook wonen en het familieatelier delen. Jheronimus heeft twee broers: Jan en Goessen, en twee zussen: Herbertke en Kathrien. Na de lagere school gaat Jheronimus naar de Latijnse school, wat hem onderscheidt van de meeste van zijn leeftijdgenoten. In 1462, als hij een jaar of twaalf is, kopen zijn ouders een huis aan de Markt. Daar krijgen Jheronimus en Goessen hun schildersopleiding. In 1480/81 trouwt Jheronimus met Aleid, dochter uit de welgestelde en ontwikkelde familie Van de Meervenne. Ze betrekken Aleid’s huis aan de Markt, tegenover het schildersatelier van de familie Van Aken.

Jheronimus’ bekendheid als schilder groeit in die jaren gestaag, binnen en buiten de stad. In 1488 wordt hij ‘gezworen lid’ van de Lieve Vrouwe Broederschap. Jheronimus’ lidmaatschap van dit elitaire gezelschap, met een eigen kapel in de Sint-Janskerk en een huis voor samenkomsten, bevestigt zijn voorname status. Rond deze tijd begint Jheronimus ook zijn schilderijen te signeren met zijn artiestennaam: ‘Jheronimus Bosch’, naar de stad waar hij woont en werkt. Het gaat Jheronimus voor de wind: dankzij zijn prestigieuze opdrachtgevers is hij in goeden doen, maar bijzonder rijk wordt hij niet.

Op 9 augustus 1516 wordt Jheronimus begraven, vanuit de Sint-Jan. Waaraan hij is gestorven weten we niet; er waarde in die periode een besmettelijke ziekte door ’s-Hertogenbosch maar of die hem ook velde, is onbekend. Wel bekend is dat Jheronimus’ werk in de vijf eeuwen na zijn dood onverminderd bijzonder en uniek is gebleven. En dat hij met recht de beroemdste middeleeuwse schilder van Nederland genoemd mag worden. Geboren, getogen en overleden in zijn stad, ’s-Hertogenbosch.

JHERONIMUS’ WERK

Jheronimus Bosch maakte zijn unieke panelen en tekeningen voor opdrachtgevers uit heel Europa. Ongeveer 45 zijn er bewaard gebleven; ze hangen tegenwoordig in gerenommeerde musea over de hele wereld en inspireren nog dagelijks bezoekers, kunstenaars en wetenschappers.

Aanbidding der Koningen (Madrid, Museo Nacional del Prado)

De manier waarop in dit werk een bekend verhaal een verrassende nieuwe vorm krijgt, is typisch Jheronimus Bosch. Op het middenpaneel zien we hier de Drie Koningen, ze komen goud, wierook en mirre brengen voor de pasgeboren Christus. Maar Jheronimus voegt er iets raadselachtigs aan toe: in de deuropening van de stal staat een vreemde man, misschien wel de Antichrist. Het is onduidelijk waarom Jheronimus dit contrast zoekt tussen Christus en zijn tegenpool – één van de vele open vragen in het werk van Jheronimus Bosch. 

Goochelaar (Saint-Germain-en-Laye, Musée Municipale)
Let op, de voorovergebogen man in de lange rode kleding trapt in het bedrog van de goochelaar rechts. Dat weten we door de kikkers die magisch in de mond van het slachtoffer zijn getoverd. Alsof dat nog niet erg genoeg is, wordt hij ook nog eens bestolen door de man achter hem. Jheronimus leert de kijker hier dat je moet oppassen in het leven. Maar hij laat je ook de sukkelaar uitlachen, zoals de toeschouwers op het schilderij ook doen, letterlijk achter zijn rug. Jheronimus Bosch is de uitvinder van dit soort schilderijen, met een hoofdrol voor (wrange) humor.

 Verzoeking van de heilige Antonius (Museo nacional del Prado)

Kluizenaar Antonius leeft eenzaam in de woestijn waar de duivel hem op de proef stelt. Jheronimus gebruikt dit gegeven om de duivel in allerlei verschillende vormen weer te geven. De onderdelen waar de duivels uit zijn opgebouwd (delen van mensen, dieren, planten en voorwerpen) koos hij niet lukraak, maar zijn geselecteerd op hun symbolische waarde. Jheronimus’ internationale faam toen en nu komt vooral voort uit zijn kwaliteit als ‘duivelmaker’.

Het veld heeft ogen, het woud heeft oren (Kupferstichkabinett Berlijn)

Op het eerste gezicht lijkt dit een raadselachtige tekening, formeel stelt het een spreekwoord voor, een oproep tot voorzichtigheid: ‘Het veld heeft ogen, het oud heeft oren’. Maar er gaat een zelfportret achter schuil, in het bosje op de achtergrond zitten tal van verwijzingen naar de artiestennaam Bosch verstopt: de uil (de bosvogel), de vos en de dode boom als symbolen van het kwaad, het boze. Ook dat is typisch Jheronimus Bosch: hij afficheert zich niet als kunstenaar gespecialiseerd in het weergeven van individuele gelaatstrekken, maar als bovenmeester van de verbeelding.

Tuin der Lusten (Museo nacional del Prado)

Jheronimus verbeeldt hier de wording en verwording van de mensheid. Met het oerbegin op de buitenkant: een lege, nog door God in te vullen wereld. Binnen zie je op het linkerluik Adam en Eva, in een (nog) vredig paradijs. Het middenpaneel is de werkelijke tuin der lusten: een liefdestuin vol naakten die genieten van de vruchten, dieren en elkaar. Op het rechterpaneel maakt Jheronimus duidelijk waartoe die lusten leiden: de hel, waar de mens wordt gefolterd en gestraft.

JHERONIMUS TIJD

Jheronimus leefde van ca. 1450 tot 1516, in een spannende tijd. Met nieuwe ontdekkingen en ontwikkelingen, met rampspoed en voorspoed. En met een belangrijke rol voor de kunsten, Jheronimus’ kunsten.

Aan het einde van de vijftiende eeuw wordt Nederland langzaam gevormd uit de onafhankelijke gebieden. In de lage landen neemt de welvaart toe, de kunst groeit (met de handel) tot grote hoogten, de uitvinding van de boekdrukkunst zorgt voor een kennisrevolutie die te vergelijken is met die van het internet zes eeuwen later.

Maar de vooruitgang kent donkere randen, het is ook een tijd zonder medische wetenschap: elke ziekte kan leiden tot verminking of zelfs de dood. Kleine en grote oorlogen teisteren het platteland rond de steden, stadsbranden leggen honderden houten huizen in de as.

Het leven biedt Jheronimus, inmiddels ambachtsman in goeden doen, echter zeker ook leuke kanten. Samen eten bijvoorbeeld, dé manier om iets te vieren. Van rekeningen weten we dat vlees, vis en gevogelte daarbij vaak overvloedig aanwezig zijn. Dat smaakt. Zeker met het bier van een van de vele stadsbrouwerijen of de dure, geïmporteerde wijnen.

De gegoede burgerij gaat gekleed in slijtvaste, vaak mooi gekleurde kleding uit laken (een bewerkte wollen stof) van hoge kwaliteit. Elke stand draagt zijn eigen hoofddeksel, onder de dunne leren schoenen zitten houten trippen ter bescherming.

Het weekend bestaat alleen uit de zondag, maar er worden veel meer kerkelijke feestdagen dan nu gevierd. Op sociale ontmoetingsplaatsen als de Markt en de Sint-Jan is het altijd druk, zolang het zonlicht schijnt.

JHERONIMUS’ STAD

’s-Hertogenbosch was de stad van Jheronimus, hier werkte en woonde hij. Aan de Markt vond Jheronimus zijn inspiratie en rijpten zijn grote thema’s: verleiding, zonde en rekenschap. De Bossche binnenstad veranderde amper de afgelopen vijf eeuwen. Ook Jheronimus’ werk bleef onverminderd uniek, zijn tijd ver vooruit.

Zijn familie heet eigenlijk ‘Van Aken’; Jheronimus is de enige die zijn schilderijen signeert met ‘Bosch’ en zo zijn band met de stad bevestigt. Toch verwerkt Jheronimus nooit iets van ’s-Hertogenbosch in zijn schilderijen of tekeningen. En ook de landschappen die hij maakt zijn vaak heuvelachtiger dan de Meierij.

Wie vandaag de dag door het centrum van ’s-Hertogenbosch loopt, krijgt veel mee van Jheronimus’ stad. Het was één van de Brabantse hoofdsteden destijds, met 20.000 inwoners een grote gemeente. Sinds de vijftiende eeuw veranderde het stratenpatroon van de Bossche binnenstad nauwelijks. Een groot deel van de Binnendieze is inmiddels gedempt, maar bijna vier kilometer bleef bewaard en werd gerestaureerd. Gebouwen uit Jheronimus’ tijd, zoals de Sint-Janskerk (nu kathedraal), Sint-Jacobskerk en Sint-Antoniuskapel, zijn ondanks verbouwingen nog zeer herkenbaar. De Moriaan aan de Markt en het Onze-Lieve-Vrouwehuisje werden opnieuw gebouwd en zien er nog uit als rond 1500.

En wie Jheronimus’ tijd echt wil ervaren moet eens dicht langs de winkels en kroegen aan de Markt lopen. De kelders onder je voeten daar zijn vaak onvervalst middeleeuws.

JHERONIMUS’ THEMA’S

Jheronimus’ schilderijen en tekeningen weerspiegelen gedetailleerd het leven, denken en handelen in die Middeleeuwse stad. Zijn karakteristieke werk, vol illusies en hallucinaties, wonderlijke gedrochten en duivelse nachtmerries, verbeeldt onnavolgbaar de grote thema’s van zijn tijd: verleiding, zonde en rekenschap.

Tot 1500 maakt Jheronimus vrijwel al zijn schilderijen in opdracht; niet hijzelf, de kunstenaar, maar de opdrachtgever bepaalt het thema. Om die opdrachtgevers te helpen een plaatsje in de hemel te bemachtigen, hebben Jheronimus’ schilderijen vaak een religieus onderwerp: ze tonen Bijbelse voorstellingen of afbeeldingen van heiligen. De opdrachtgever is geregeld geportretteerd vlakbij zijn favoriete heilige… Opvallend is trouwens dat op slechts twee schilderijen de opdrachtgevers nog te zien zijn, op vier andere zijn ze bewust verwijderd of overschilderd.

Jheronimus’ religieuze voorstellingen zijn in twee groepen te verdelen: de schilderijen waar zoveel mogelijk informatie is verwerkt over het verhaal, zoals de buitenluiken van Temptatie van Sint-Antonius. En de schilderijen die vooral inspelen op de emotionele en spirituele betrokkenheid met de kijker, zoals bijvoorbeeld Doornenkroning.

Keisnijding en Goochelaar vormen een heel andere groep schilderijen: ondanks het moralistische sausje zijn ze zeker bedoeld ter vermaak, om te lachen. Het uitlachen van sukkels groeit na Jheronimus’ dood zelfs uit tot een heus genre in de schilderkunst, met Pieter Bruegel als een van zijn bekendste navolgers.

De thema’s ‘het Laatste Oordeel’ en ‘de verzoeking van de heilige Antonius’ zijn het meest door Jheronimus gebruikt, beide vier keer. Ze bieden Jheronimus een uitgelezen kans om zijn handelsmerk te etaleren: duivels, in alle soorten en maten. We mogen er van uitgaan dat opdrachtgevers dan ook vooral voor dergelijke scènes contact zochten met de ‘duvelmaker’ in ’s-Hertogenbosch.

JHERONIMUS’ STIJL

Jheronimus’ unieke kracht is zijn verbeelding. Al vijf eeuwen weet hij bewonderaars wereldwijd te boeien met zijn onnavolgbare blik op het middeleeuwse leven, met zijn eigenzinnige symboliek vol fantasieën en raadsels.

Rond 1500 komt een aantal toonaangevende kunstenaars als beeldsnijders, geelgieters en kalligrafen voor opdrachten naar ‘s-Hertogenbosch. Het is er tot dan toe karig gesteld met de kunsten; op het gebied van de schilderkunst heeft alleen atelier Van Aken er enig niveau, met genie Jheronimus aan het roer. Misschien heeft juist die artistiek geïsoleerde ligging van de stad ertoe aan bijgedragen dat Jheronimus er zijn onnavolgbare, eigenzinnige stijl kon ontwikkelen.

Jheronimus’ kwaliteiten als schilder variëren. De vogels op Tuin der Lusten bijvoorbeeld zijn van zeer hoog niveau, terwijl het landschap er primitief en oubollig uitziet. De houdingen van zijn figuren ogen nogal stijf, maar de vuren en roken zijn levensecht.

Jheronimus is boven alles een schilder met een enorme verbeeldingskracht. Die al vijf eeuwen zijn publiek weet te boeien met de doordachte manier waarop hij zijn verhalen verbeeldt. Zijn werk is intelligent opgebouwd, intellectueel en verraadt Jheronimus’ voorliefde voor raadsels, een fascinatie die aansluit bij het humanisme van zijn tijd. Maar het is ook geworteld in de volkscultuur, met een voorliefde voor platte humor. Veel van Jheronimus’ symboliek is bovendien ontleend aan de taal, in al haar facetten.

Jheronimus’ eigenzinnigheid maakt hem ook tot pionier. Naast zijn ‘boerten’ en humoristische scènes is hij de eerste kunstenaar buiten Italië die de tekening verheft tot een op zichzelf staand kunstwerk. Zijn tekentalent is sowieso fantastisch: Jheronimus’ uitgewerkte tekeningen doen beslist niet onder voor zijn beste schilderijen.

Jheronimus’ typische stijl was en bleef populair, eeuwen lang. Koningen verzamelden zijn schilderijen, maar ook voor de minder rijken waren er volop prenten gebaseerd op zijn werk in omloop.

Bron: JB500 TEKSTEN STORYLINE – Marc van Doornewaard, 130715